
Tijdens een gezamenlijke AI-verkenning met directeuren en collega’s uit het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, stafbureau en College van Bestuur werd één ding al snel zichtbaar: de verschillen zijn groot. Alexander Straathof, directeur van basisschool Het Noorderlicht, nam ons tijdens deze bijeenkomst mee in de snelle ontwikkelingen rondom kunstmatige intelligentie. We zagen verschillen in ervaring, in tempo, in enthousiasme en soms ook in terughoudendheid. Tegelijkertijd werd duidelijk dat leerlingen de technologie vaak al veel vanzelfsprekender gebruiken dan wij.
De spanning is interessant
Want als leerlingen sneller bewegen dan het onderwijs, wat betekent dat dan voor onze rol?
De bijeenkomst begon met een treffende en herkenbare metafoor van Alexander. Mensen lopen of rijden weleens door rood. Niet omdat het mag, maar omdat ze zelf inschatten dat het kan en veilig is. Met AI gebeurt momenteel precies hetzelfde. Leerlingen gebruiken het al. Medewerkers soms ook. Vaak zonder precies te weten wat verstandig, veilig of wenselijk is.
Dat maakt het ontwikkelen van digitale geletterdheid binnen Unicoz geen keuze meer, maar een absolute noodzaak.

Het belangrijkste inzicht: mens, machine, mens
Het belangrijkste dat Alexander de aanwezigen wilde meegeven, is het 'mens-machine-mens' principe. AI kan ons werk ondersteunen, versnellen en verrijken. Maar de mens blijft altijd verantwoordelijk voor de bedoeling, de gemaakte keuzes en de uiteindelijke beoordeling.
- AI genereert. De mens reflecteert.
- AI suggereert. De mens beslist.
- AI versnelt. De mens geeft richting.
Daarnaast is er nog een belangrijke boodschap: creativiteit en tijd zijn momenteel de enige echte beperkingen. We moeten niet alleen creatief durven denken, maar ook de tijd nemen om te experimenteren. Technisch gezien is er vandaag de dag al ontzettend veel maakbaar.
De grenzeloze mogelijkheden
Docenten kunnen eigen lesmateriaal op maat ontwikkelen. Scholen kunnen eigen, veilige chatbots bouwen. Teams kunnen doorlopende leerlijnen naadloos laten ondersteunen door AI, en leerlingen kunnen zelfs hun eigen leerapps programmeren.
Deze ontwikkelingen dwingen ons om fundamentele vragen te stellen over ons onderwijs. Wat als we ons lesmateriaal niet meer standaard inkopen, maar zelf ontwikkelen? Wat als we een leerlijn volledig digitaal kunnen doorgeven van de brugklas tot en met het examenjaar? En wat als een docent in leerjaar vier met een druk op de knop kan terugzien waar in eerdere leerjaren de hiaten zijn ontstaan, of welke specifieke interventies voor een leerling wel of niet effectief waren?
Deze eerste gezamenlijke verkenning is pas het begin. De belangrijkste stap is gezet: de discussie binnen onze scholen is op gang gebracht en de bewustwording groeit. Binnen Unicoz zetten we ons in om AI op een veilige en verantwoorde manier een plek te geven in de organisatie. Maar er moet de komende tijd zeker nog veel ontdekt, geprobeerd en afgestemd worden. We weten immers niet precies wat de toekomst op technologisch gebied allemaal nog gaat brengen. Wat we wel weten, is dat we ons continu zullen moeten aanpassen. AI is niet meer weg te denken uit de maatschappij en dus ook niet uit onze klaslokalen. We moeten mee in deze ontwikkeling. Niet om simpelweg de nieuwste trend te volgen, maar om de leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op hun toekomst. Met de technologie als hulpmiddel, en de mens altijd stevig aan het roer.






